Peter, sinds wanneer ben je lid?
“Ik ben sinds 1975 lid van de Watergeuzen. Volgend jaar komt er dus een jubileum aan, als ik 50 jaar lid ben”.
Welke functies heb je eerder gehad in de vereniging?
“Ik ben begonnen als lid van de ARBO- en de milieucommissie. Daarna werd ik lid van de evenementencommissie, samen met o.a Harry Bührman, onze oud-voorzitter. Daarna ben ik een jaar of tien havencommissaris van Durgerdam geweest. En nu inmiddels dus al negen jaar bestuurslid/voorzitter. Alles bij elkaar ben ik dus zo’n dertig jaar actief geweest in de vereniging”.
Wat is je professionele achtergrond en in hoeverre was die bruikbaar voor het voorzitterschap?
“Voordat ik met pensioen ging was ik directeur bij Waternet. Van mijn leidinggevende ervaring heb ik heel veel baat gehad. Er is op veel punten eigenlijk weinig verschil tussen het leiden van een organisatie of van een vereniging als De Watergeuzen.
Een verschil is wel dat je bij een vereniging met vrijwilligers werkt en dat je dus niet kunt terugvallen op professionals. Een verplichting om voor de vereniging iets te doen bestaat niet, en dus is het altijd de vraag of iemand iets zou wíllen doen. En dan is het bovendien vaak zoeken naar de juiste persoon. We hebben in de vereniging vele deskundigen, maar die weten we slecht te vinden. Gevolg is dus dat het werk vaak met mensen uitge-voerd moet worden die weliswaar van goede wil zijn, maar niet altijd over een ruime mate van deskundigheid beschikken.
Het besturen van een vereniging is ook veel ingewikkelder geworden door veranderingen in de maatschappij. Zo is het aantal regels en wetten waar we mee te maken hebben enorm toegenomen. Daarnaast hebben we te maken met een ledenbestand dat enerzijds veel kritischer geworden is, maar anderzijds veel minder bij de vereniging betrokken is”.
Waarom heb je besloten voorzitter te worden?
“Sinds Gerard Hofdijk als voorzitter vertrok ben ik regelmatig gepolst of een functie in het bestuur niks voor mij was. Ik wilde zoiets echter goed doen en vond dat het destijds niet goed te combineren was met mijn werkzame leven en mijn gezin. Toen ik met pensioen ging en André ermee wilde stoppen heb ik ja gezegd. Ik vond het een uitdaging om de dingen aan te pakken waarvan ik vond dat het tijd werd om er wat aan te doen”.
Wat zijn de grote uitdagingen geweest tijdens je voorzitterschap?
“Dat zijn er nogal wat en ze waren van heel verschillende aard. Ik zal de belangrijkste beschrijven.
Om een vereniging als de onze goed aan te sturen moet je ervoor zorgen dat je een goed bestuur, goede havencommissarissen en goed werkende commissies hebt. Het was niet altijd makkelijk daar de juiste mensen voor te vinden. Terwijl het zonder capabele en gemotiveerde leden om je heen eigenlijk onmogelijk is om als voorzitter te functioneren. De zoektocht naar penningmeesters, na het vertrek van René Duursma, en naar een nieuwe voorzitter, heeft bijvoorbeeld veel moeite gekost.
Verder is veiligheid altijd een van mijn belangrijke aandachtspunten geweest. Dat was al zo toen ik lid van de ARBO-commissie was en later in mijn rol als voorzitter bleef het een belangrijke zaak. De risico’s zijn, zeker bij het hellingen, niet gering. Er is enorm veel verbeterd en gelukkig hebben we nu met Erik iemand in het bestuur die veilig werken expliciet in zijn portefeuille heeft. Daarnaast hebben de havencommissarissen veiligheid hoog in het vaandel staan.
Ook heb ik veel nagedacht en gesproken over de toekomst van de watersport en dan vooral van die rond Amsterdam. Bepalend daarvoor is het vooruitzicht van het elektrisch varen in Amsterdam en het bijbehorende vergunningenstelsel. De vraag is wat dat betekent voor de haven aan de Diemerzeedijk. In Durgerdam speelde lange tijd het dichtslibben van de haven en daar bovenop kwam het vraagstuk van de waterplanten in het Markermeer. De vraag is of dat in de toekomst nog bevaarbaar is en wat dat gaat betekenen voor de vereniging.
Het onderhoud van de havens was tijdens mijn voorzitterschap een belangrijk punt van aandacht. Bij de start van mijn voorzittersperiode waren in alle havens de steigers, een deel van de palen en de elektra in slechte staat. Aan dat alles is de afgelopen jaren keihard gewerkt en ik ben tevre-den over hoe de havens er nu bij liggen. Als we dit jaar de vloeren van de loods en het clubhuis aanpakken hebben we veel van het achterstallig onderhoud opgelost.
Er is een ontwikkeling zichtbaar van verenigingslid naar ligplaatshouder. Misschien komt het doordat ik een ouder lid ben, maar ik vind dit geen gelukkige ontwikkeling. Ik vind dat we te veel leden hebben die eigenlijk alleen lid zijn om hun boot goedkoop te stallen en niet of nauwelijks meedoen aan het verenigingsleven. Ondanks onze werkplicht slagen we er niet in iedereen voldoende bij de vereniging te betrekken, ondanks het feit dat er wel een en ander verbeterd is.
Tot slot: de ‘leenboten’. Steeds meer mensen willen wel varen, maar hebben geen behoefte aan het zelf bezitten van een boot. Dat vind ik op zichzelf een goede, op de toekomst gerichte ontwikkeling die we als vereniging moeten steunen. Daarom hebben we nu enkele boten in bezit van de vereniging die door leden tegen een gering bedrag gehuurd kunnen worden, waaronder een volledig door eigen leden geëlektrificeerde sloep”.
Heb je leuke anekdotes over je tijd als voorzitter?
“Mijn grootste frustratie en een punt van animositeit in de vereniging is dat het mij zelden lukt is om bij de opening van het seizoen de verenigingsvlag wapperend in de top te krijgen. Hij zat of in de knoop, of de lijn brak of hij hing ondersteboven. Zo langzamerhand staan de leden die bij de opening komen, vol verwachting te kijken wat er nu weer misgaat”.
Heb je nog een 'laatste boodschap' aan de leden en/of de vereniging?
“Je bent lid van een vereniging en je bent geen lid om alleen je boot goedkoop te stallen. Draag je steentje bij. De vereniging heeft méér te bieden dan alleen een ligplaats.
Terugkijkend kan ik zeggen dat ik een mooie periode als voorzitter heb meegemaakt. Ik heb er veel van geleerd en heb er veel plezier aan beleefd. Samenwerken met mensen die er in de vereniging iets van willen maken geeft je veel voldoening en energie.
Tot slot zou ik onze nieuwe voorzitter, Anne Stijkel, heel veel succes willen wensen en hoop ik dat de vereniging onder haar voorzitterschap een mooie periode tegemoet gaat”.
Gijs van Noort
- Esther
- Nieuws